Elk systeem sluit het gevoel uit – Het Volk 22/03/1993

BRUSSEL – We schrijven 1973, een tijd van actie voeren en kleinkunst. Op straten en pleinen tingelt het wekenlang op alle tamboerijnen: “Hé, kom aan, blijf niet staan en loop me achterna … ” Twee minuten lang geeft Hé, Kom Aan de indruk alle rangen en standen tot één of andere actie op te roepen. Maar de laatste regels onthullen een liefdesliedje, want “daar ligt ze, i-i-in de zóóóón.” Genomen bij verrassing, heet dat. 

En daar heeft de Nederlandse Brabander Dimitri Van Toren een patent op. Al dertig jaar koppelt hij eigenwijs het maatschappelijke aan het individuele op een grappige dan wel ernstige maar altijd verrassende wijze. 

Dimitri van Toren: “Ik ben nog nooit ergens heen geweest. Ik laat nooit mijn gezicht zien.” (Goedefroit Music)

“Het schrijven van songs is blijven doorgaan. En het roken ook”, voegt de nu 52-jarige bard er met onveranderde stem aan toe. Een slagje van 180 graden, op het verkeerde been en als luisteraar kan je beginnen nadenken. 

“Het is maar een wereldje, hé”, vindt hij. “Je kan je er aardig op vergalloperen. Maar op een gegeven moment ontdek je dat er nog hogere waarden in het leven zijn dan succes of zo. Wat voor mij dan belangrijk is, is dat ik de ontwikkelingen kan blijven volgen en verwoorden. Mijn gedachten, mijn overpeinzingen, mijn gefilosofeer.

Daarom is mijn werk geen no-nonsense. Het is een soort neo-realisme over wat zich in deze tijd afspeelt. En dan moet ik maar om me heen kijken. Maar ik leef bijna het leven van een kluizenaar. Ik krijg voortdurend uitnodigingen voor recepties, premières, openingen, noem maar op. Ik ben nog nooit ergens heen geweest. 

Ik laat nooit mijn gezicht zien. Maar op een gegeven moment moet je er even uit, En als het dan kan, wat verder. Want het is heel boeiend om mensen te ontmoeten. Maar dan niet via de geijkte paden van het toerisme maar op de bonnefooi. En onwillekeurig kom je dan thuis en zitten er een aantal verhalen in je hoofd.” 

Indiase nachten 

Zo draait Van Toren na een reis het Cuba-vraagstuk in de laatste regels van Problems Signor van zijn recente En Dan Weer Daar, plots om tot een probleem van óns democratisch bestel. “De democratie is iets heel moois, als iedereen zijn verantwoordelijkheid kent. Maar ze geeft ook veel mensen vrij spel om te doen en laten wat ze willen. In Problems Signor geef ik de neerslag van een gesprek tijdens een reis naar Cuba. Iemand vertelde me daar: “Ik besef heel goed dat ook hier, vroeg of laat uw alom- geprezen democratie een feit zal zijn.” 

Zo’n zin zegt zoveel. Want ook daar zijn de mensen realistisch genoeg om in te zien dat geen enkel systeem – in dit geval het communisme – zijn bekroning kan vinden. Want elk systeem sluit het gevoel uit. Daar kom je dan achter. Had ik het niet meegemaakt, dan had ik het waarschijnlijk niet in een song verwerkt.

Maar er blijft altijd wel wat hangen van je reizen. Zoals in het liedje Er Staren Steeds Meer Mensen Naar De Hemel. Dat opent met: nergens zijn de nachten zo mooi als in India. Dat vind je niet uit. Dat moet je gezien hebben. Zo mooi. Alsof het knetterde.” 

TL 

Het Volk (België) – 22/03/1993