Bij hoog en bij laag

Het uitzicht dat de mens verkrijgt
Die schouwend op een bergtop staat
Is groots en daarom zeer terecht
De beloning voor zijn daad

En de zon die slechts de top verlicht
Beneden hangt een mistgordijn
Staat pal boven de alpinist
En maakt diens schaduw klein

En de klimmer – hij is sprakeloos
Ja – hij kan zijn geluk niet op
En dan ontwaart hij innerlijk diep geroerd
In de verte nog een hogere top

En daar achter moeten nog hogere zijn
En hij glimlacht en gaat heen
Tevreden in de wetenschap
Er is een berg voor iedereen

En iedere berg heeft zijn plateau
Zijn uitzicht zonder weerga
Doch de weg daarheen – dat kronkelend pad
Gaat zelden linea recta

Maar in hoeverre zou je slagen
Stevig in je schoenen staan
Als je het dieptepunt trotseerde
Als je door een hel moest gaan

Kun je hoon en spot verdragen
Kun je omzien zonder wrok
Kun je afzien alle dagen
Zonder klagen en gemok

En kun je – als je zo moet lijden
Je ook verzoenen met dat leed
En de beproeving accepteren
Zoals Mozes destijds deed

Die het land dat hem beloofd was
Zelfs niet betreden mocht
En alleen zou zien vanuit de verte
Na een lange barre tocht

Denk je eens in – zo'n veertig jaren
Door een brandende woestijn
Via een eindeloze omweg
Maar toch kwam hij – waar hij moest zijn

Want waar een wil is – daar is een weg
En waar een weg is – houdt het niet op ja –
kom je verder en langzaam uit het dal
En almaar dichter bij de top – dus geef het niet op.

 

Tekst: Dimitri Van Toren
Muziek: Dimitri Van Toren
CD: En dan weer daar 

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Y

Z